lipbloemenfamilie | Witte dovenetel (Lamium album) | ![]() |
| Bonte gele dovenetel (Lamium galeobdolon) | ![]() |
| Paarse dovenetel (Lamium purpureum) | ![]() |
| Blad | : | ja |
| Standafwisselend, verspreid, tweerijing, kruisgewijs, krans, rozet, langs de stengel | : | Kruisgewijs |
| Bloem | : | ja |
| Beschrijving | : | tweezijdig symmetrisch met een boven en een onderlip 1 |
| VormAlleenstaand, aar, scherm, hoofdje, kegel | : | Schrijnkrans, in twee groepen aan elke kant van de stengel |
| Geslachtsorganen | : | ja |
| Stamper Vrouwelijk | ||
| Stijl | ||
| Aantal | : | 1 |
| Stempel | : | tweelobbig |
| Vruchtlichaam | : | ja |
| Typebes, bottel, steenvrucht, pitvrucht, komkommervrucht, oranjevrucht, samengesteld, kluisvrucht, vijfkluizig, peul, kokkervrucht, hauw (meer dan 3x zo lang als breed), hauwtje (minder dan 3x zo lang als breed), kleppen-doosvrucht, tanden-doosvrucht, spleten-doosvrucht, poriën-doosvrucht, deksel-doosvrucht, noot, nootje, gevleugelde noot, gevleugelde dubbele dopvrucht, tweedelige splitvrucht, gevleugelde tweedelige splitvrucht, driedelige splitvrucht, vierdelige splitvrucht, vijfdelige splitvrucht, veeldelige splitvrucht, graanvruchten, overige doosvruchten, sporen | : | vierdelige splitvrucht |
| Vruchtbeginsel onderstandig, bovenstandig | : | Bovenstandig |
| Hokkigheid | : | vierhokkig |
| Bronnen | : |